Een moderne Magdalena in Thuillières

Eve LavallièreDe beroemde Franse actrice van eind negentiende eeuw begin twintigste eeuw Eve Lavallière (1866-1929) werd geboren als Eugénie Fenoglio in Toulon, groeide op in Perpignan en stierf in Thuillières bij Darney als bekeerd christen, teruggetrokken uit het luxe leven van Parijs.

Haar leven werd getekend door een zeer traumatische gebeurtenis in haar jeugd. In 1884 toen ze 18 was vermoorde haar vader haar moeder in haar bijzijn, en schoot daarna zichzelf dood. Korte tijd later werd ze toneelspeelster en veranderde haar voornaam in Eve (Eva), de naam van de eerste zondares en haar achternaam in de naam van de minnaar van Lodewijk de Veertiende: Louise de la Vallière die haar vroegere leven achterliet en veertig jaar lang tot haar dood streng religieus leefde.

Eve werd een van de bekendste actrices van de “fin de siècle, belle époque Paris” vanwege haar uiterlijk en haar talent, in het bijzonder voor haar travestie rollen. Ze was wat we tegenwoordig een hollywoodster noemen.
Artistiek succes ging gepaard met een turbulent en ongelukkig persoonlijk leven, gekenmerkt door minstens één buitenechtelijk kind, aanhoudende depressie en verschillende zelfmoordpogingen.

Nadat ze getekend had voor een tournee door de Verenigde Staten in 1917 bracht ze voorafgaand aan de tournee een zomer door bij Tours. Daar vroeg ze de plaatselijke pastoor of ze wat kersen kon plukken in zijn boomgaard en maakte een terloops grapje over verleiding en hel, waarop de pastoor zei: “Madame, als u ook maar enig idee had wat de hel is, zou u er niet zo luchtig over spreken.” Hierop barst Eve Lavallière in tranen uit en ging de zondag daarop voor het eerst in jaren na de biecht ter communie. Ze beëindigde niet alleen haar tournee door de U.S.A. maar ook haar hele theater carrière, verliet Parijs voorgoed en vestigde zich in het dorpje Chanceaux-sur-Choisille bij Tours vergezeld door haar voormalige kleedster, alleen bekend als Léona, die zich samen met Eve tot het Katholicisme had bekeerd.
Dit alles veroorzaakte nogal wat opschudding in het Europa van die tijd – zelfs zonder televisie en internet.

Tussen 1917 en 1920 probeerde Eve zich tevergeefs aan te sluiten bij verschillende religieuze orden. Ze ging van klooster naar klooster totdat ze in wanhoop samen met Léona besloot om te verhuizen naar het piepklein dorpje Thuillières dichtbij Darney. Niet ver daar vandaan ligt het dorp Ville-sur-Illon waar toevallig (of zoals ze zonder twijfel geloofd zal hebben bij heilige voorbestemming) Charles Henrion zich teruggetrokken had om te mediteren op zijn roeping als priester. Het was Henrion die om hulp gevraagd werd door de locale priester van Thuillières voor de nieuwe veeleisende parochiaan. Een beetje in weerwil vergezelde de toekomstige “Père Charles” Eve naar het dichtbij zijnde Maria altaar “Notre-Dame de Bois” waar ze tot zijn verbazing “bezield door de profetische gave, haar hele leven aan haar zou wijden”. Kort daarna trad ze toe als leek tot de derde orde van Sint Fransiscus.

Het huis "Béthanie" in Thuillières
Het huis van Eve Lavallière in Thuillières.

Het huis in Thuillières waar ze samen met Léona woonde werd omgedoopt in “Béthanie” en verfraaid met afbeeldingen van Maria Magdalena; de Heilige Monica, Teresa, en Bernadette.
Daarna gingen de twee vrouwen op hun ronde langs de heilige plaatsen van Frankrijk – Lourdes, La Salette, Paray-le-Monial, en de reusachtige grot la Sainte-Baume bij Marseille waar volgens de legende Maria Magdalena haar laatste levensdagen berouwvol treurde.

Meer dan met welke andere religieuze figuur uit haar tijd identificeerde Eve Lavallière zichzelf met Maria Magdalena. En net als Maria Magdalena huilde ze zoveel dat ze ernstige problemen met haar ogen kreeg, wat ze in de geest van die tijd als een teken van Gods toegenegenheid zag.
Ze onthield zich van parfum, make-up en sieraden en liet haar haar wild groeien. Voor sommigen werd ze de “Crazy Jane” van de Vogezen, maar niemand kon ontkennen dat ze veel liefde gaf. Ze leefde een leven van onthouding, gebed en dienstbaarheid aan de zieken en de armen.

Het graf van Eve Lavallière in ThuillièresNadat ze drie keer de nu tot priester benoemde Charles Henrion op missie reis naar Tunesië vergezelde, stierf ze in juli 1929 in haar huis Béthanie in Thuillières.

Vlak voor haar dood interviewde een Parijse krant haar. Ze vroegen haar: “Lijdt u veel?” (Ze was toen erg ziek.)

Ze antwoorde: “Ja, verschrikkelijk.”

“Heeft u enige hoop op genezing?”

“Geen enkele, maar ik ben zo gelukkig! U kunt zich niet voorstellen hoe groot mijn geluk is.”

“Zelfs met zoveel lijden?”

“Ja, en daarom ben ik in God’s handen. Vertel mijn vrienden uit vervlogen tijden dat u de gelukkigste persoon ter aarde heeft ontmoet.”

Literatuur:
Burton, Richard D.E., Holy tears, holy blood: women, Catholicism, and the culture of suffering in France, 1840-1970, 2004 Cornell University Press, New York.

Hieronder een artikel uit 1921 van “The New York Times”:

The New York Times

ONCE TALK OF PARIS,
ACTRESS IS RECLUSE

Eve Lavalliere, Until 1915 One
of the Gayest at Montmartre,
Is Found in the Vosges.

In a White House With a Green Door
She Lives Apart From the World
Except for Village Poor.

Copyright, 1921, by The New York Times Company.

Special Cable to THE NEW YORK TIMES.

PARIS, Aug. 16 – In a white house with a green door on the outskirts of a village in the Vosges is living almost as retiringly as a hermit, a woman who only a few years ago was one of the best known, gayest and most talked of actresses in Paris.

Eve Lavailliere is her name. As recently as 1915 she was singing, in the slang of the Montmartre, patriotic songs with a kick in them in the variety theatres of the capital. The characters she acted and the songs she sang were all of the very personal kind. She was the embodiment of singing and acting and she was everything that the name Montmartroise conveys to a Frenchman.

Now she is living like a hermit in a white house with a green door at the foot of a quiet valley, in the Vosges and the only time she sings is at Mass every day in the village church.

It was in 1917 that the news suddenly burst on Paris that Eve Lavalliere was going to leave the stage and enter a Carmelite convent. To reporters and even to her friends she refused to give any explanation. Rumor had it that she had discarded all her jewels and clothes, that were the wonder even of the Paris stage, and that she was wearing only coarse sackcloth garments. Soon people forgot her, and quietly and completely she disappeared.

Down in the Vosges, she was found again by a Matin correspondent who, while stopping in the village, asked casually who lived in the white house with the ikon over the door. When he learned the name, he waited at the church door until she came out. The woman, who used to be the best dressed actress in Paris, was wearing a neat black frock and under her umbrella, she walked with a peasant girl who had accompanied her to Mass.

Her blue eyes, the correspondent writes, are more lovely than ever and her hands and feet are fine and small, such as are rarely found in the country.

With a quick step, she passed him and entered her house. But not daunted, he demanded an audience. The peasant girl, who had been to church, opened the door. No, she informed him, Mademoiselle never received. All friends from Paris especially were forbidden entry. “This house,” said the maid, “is not an ordinary house. It is a cloister.” Her health, it seems, prevented the reception of the would-be nun into a religious order and so she has chosen to seclude herself in the country where she spends her time between the church and her walled-in garden, receiving only the poor people of the village who come to her for help.

Only twice in these years has she left her home, once to go on a pilgrimage to Lourdes and once to go to the quiet resort of Vittel. But when she returned from there, her maid said, she was very melancholy. “Does she ever think and talk about the past?” the Matin correspondent asked. “Never,” was the maid’s answer. “When she gets letters from her old friends, she sometimes smiles, for she has no bitterness about the past, but she doesn’t think about it. She thinks only of the present and the future.”

Artikel uit: “The New York Times”, 17 augustus 1921

Weetje: Eve Lavallière was de eerste met het boblijn kapsel. De beroemde kapper Antoine de Paris knipte in 1909 voor het eerst de boblijn bij haar om haar er jonger te laten uitzien voor een rol. Niet iedereen hield van de bob, men was niet gewend aan vrouwen met een kort kapsel, zelfs priesters waarschuwden voor het kapsel. Maar het kapsel heeft 100 jaar overleefd en is nog steeds modieus. Het word door Michelle Obama en vele andere beroemdheden nog steeds gedragen.