Het hagelde stenen in Grignoncourt

Het uitgieten van de zeven toornige schalen

In de 19e eeuw werd in menig boek melding gemaakt van een merkwaardige gebeurtenis in Grignoncourt. Het werd een modern wonder genoemd, maar ook sceptisch beschouwd.

Hier het verslag uit “Des sciences occultes” van 1843.

Op 27 mei 1819 om vier uur ’s nachts werd de gemeenschap van  Grignoncourt verschrikt door een enorme hagelstorm. M. Jacoutot, toen en nu (1829) burgemeester van het dorp, verzamelde en smolt verschillende hagelstenen, die elk bijna een halve kilo wogen. Hij vond in het midden van iedere hagelsteen een doorzichtige koffie-kleurige steen van 14 tot 18 millimeter dik, groter dan een twee franc-stuk. Ze waren rond, vlak, gepolijst en in het midden hadden ze een gat waar een pink in past.
Waar de hagel ook was gevallen werden vergelijkbare stenen gevonden die tot dan toe onbekend waren in Grignoncourt.

In een proces-verbaal geadresseerd aan de subprefect van Neufchâteau, vernoemt M. Jacoutot dit uitzonderlijk fenomeen en op 26 september gaf hijzelf aan mij en aan twee andere personen de bovenstaande details, waarbij hij aanbood om alle inwoners van het dorp van de waarheid ervan te laten getuigen en waarvan M. Garnier, pastoor van Chatillon sur Saône en Grignoncourt deze spontaan aan mij bevestigde.

Op de oevers van de Ognon, een rivier op een afstand van 10 of 12 mijl van Grignoncourt, werden een grote hoeveelheid stenen gezien die er hetzelfde uitzagen als de reeds genoemde, met hetzelfde gat in het midden. Waren zij ook het product van hagel gevuld met meteorieten?

vertaald uit: Des sciences occultes ou, Essai sur la magie, les prodices et les miracles, Eusèbe Salverte, François Arago, 1843 p.10

Hieronder volgt een sceptische reactie uit “Littell’s Living Age” van 1845.

Dit verhaal van een regenbui van doorzichtige koffie-kleurige stenen, omhuld door hagel, is zonder twijfel een voorbeeld van een modern wonder maar het mist de noodzakelijke voorwaarden om de goedkeuring van M. Salverte [...hij onderzocht dit soort fenomenen] te verkrijgen.

Het fenomeen is nog nooit ergens anders en door iemand anders gezien, en de omhulde steen was geen substantie zoals kwik, waarvan bekend is dat het een afzonderlijk bestaan heeft. Een meteoriet is mogelijk van de maan gesprongen, maar dat is onwaarschijnlijk. Het zou een stukje van een kapotte planeet of het zou een opeenhoping van minerale elementen kunnen zijn, waarvan we weten dat die in de atmosfeer bestaan. Maar een groot aantal gepolijste en geperforeerde ronde schijven van een transparant mineraal, kan alleen maar van een juweliers winkel op de maan komen, verzonden naar een andere juwelier in de atmosfeer die ze in ijs hulde ten voordele van de burgemeester van Grignoncourt.
Als zulke hoeveelheden van zulk zeldzaam en curieuze vorm niet alleen in uit de lucht vielen in Frankrijk maar ook werden verzameld op de oevers van de Ognon, waarom heeft M. Jacoutot dan geen enkel exemplaar laten zien aan M. Salverte in 1826, en waarom vinden we geen exemplaren in de verschillende musea in de hoofdsteden van Europa? Geen enkele mineraloog heeft de steen beschreven – geen scheikundige heeft het geanalyseerd, en geen devoot heeft het aanbeden.

vertaald uit: LIVING AGE, E. Littell, volume 5, April, May, June, 1845, p.569

Afbeelding boven: gedeelte uit: Das Ausgießen der sieben Zornesschalen, 1530, auteur: Matthias Gerung (1500–1570), bron: Wikimedia Commons.