Gallisch-Romeinse tentoonstelling

affiche

In het museum “La Residence” in Clairey bij Hennezel is tot 2 november 2010 een tentoonstelling te zien van de Gallische (Kelten) en Romeinse geschiedenis in het stroomgebied van de Saône tussen Châtillon-sur-Saone en Escles.

De tentoonstelling is opgezet door de beste oudheidkundigen van deze regio: l’association Escles-Archéologie (zij doen hoofdzakelijk onderzoek in de druïdenvallei “Vallon Saint-Martin” bij Escles, zie mijn bericht over deze vallei, en het Gallisch-Romeinse heiligdom “la Pille” bij Vioménil), le Cercle d’études locales de Contrexéville en l’association de la Roye Demange d’Ainvelle (zij doen onderzoek naar een Gallisch-Romeinse site bij Ainvelle).

Deze erkende archeologen en liefhebbers hebben zich voor de eerste keer verzameld om een groot aantal objecten tentoon te stellen die in meer dan een eeuw tijd werden opgegraven in de regio rondom Darney.

Onder meer is er een prachtig standbeeld te zien van de Romeinse god Hercules, die werd gevonden bij Escles.

Villa rurale Dombrot-le-SecDe tentoonstelling schetst ook het leven van de Keltische stammen: “Leuciërs” (Leuque) en “Sequani” die de regio rondom Darney bevolkten tussen de 1e en de 3e eeuw na Chr. Het bosgebied bij Darney vormde de grenszone van deze twee stammen.

Veel objecten uit opgravingen worden voor de eerste keer aan het publiek getoont.

In juli en augustus wordt de tentoonstelling uitgebreid met een uitstalling in het oude klooster: “l’Abbaye Saint Maur” in Bleurville, met oudheidkundige objecten uit onder meer: Ainvelle, Jonvelle, en Monthureux sur Saône. Dit wordt georganiseerd door: “l’Association des Amis de Saint-Maur” en is te bezichtigen op donderdag tot en met zondag van 14 tot 18 uur.

Gedurende het hele seizoen worden er door het museum lezingen en wandelingen op archeologische sites georganiseerd. >> zie progamma.

foto uit:  "Vosges Matin"

foto: “Vosges Matin”, 27-04-2010

De tentoonstelling is iedere dag geopend van 14.30 tot 18 uur.

Behalve deze tentoonstelling is er in het museum ook een vaste collectie te bewonderen met als thema de historische glas, hout, en ijzer industrie van de laatste 5 eeuwen in deze regio. Eén ruimte is geheel gewijd aan de beroemde glasblazer: François-Théodore Legras.
Verder is er een ruimte gewijd aan de Franse verzetsbeweging in de tweede wereldoorlog in de Vogezen.

Musée de la Residence, ook wel: “Musée du Verre, du Fer, du Bois et de la Résistance” genoemd.
11, rue du Moulin Robert
88260 Hennezel
Tel: 032-9070080

Stamt de Rode Beuk uit Darney?

Rode Beuk, blad en bloesen

Rode Beuk, blad en bloesem. Auteur: Liné1 Bron: Wikimedia Commons

De Rode Beuk die tegenwoordig over de hele wereld te vinden is, werd ééns gestekt van een zeldzaam wild exemplaar. Waar ligt de oorsprong van de moederboom? Er zijn geen harde bewijzen, maar het blijft mogelijk dat de Rode Beuk zoals die nu vele tuinen en parken in de wereld versiert, zijn oorsprong heeft in het “Forêt de Darney”.

In mijn zoektocht, na een tip van Hans Roverts, stuitte ik op drie verwijzingen in oude botanische boeken waarin melding gemaakt wordt van een mogelijke oorsprong in het bos bij Darney.

In “The Trees of Great Britain and Ireland” uit 1906 wordt teruggegrepen op een oudere beschrijving van de herkomst, maar deze word ook in twijfel getrokken. Het bos bij Darney blijft een mogelijkheid. Zie citaat:

Er bestaan een groot aantal variaties van de beuk. Sommige vinden hun oorsprong in het wild, terwijl andere verkregen zijn door cultivatie.

Variatie: purpurea, Rode Beuk.
Een complete beschrijving van zijn oorsprong verscheen in “Garden and Forest? 1894, p.2″. Hieruit valt te lezen dat de Rode Beuk werd ontdekt in de 18e eeuw in het Hanleiter bos bij Sondershausen in Thüringen Duitsland. En dat deze de moeder boom is van de exemplaren die nu de vrije tijds parken van Europa en Amerika versieren. Dit is de enige gewaarmerkte bron van welke tuinders de afstammelingen van de Rode Beuk hebben.

Niettemin, lang voor dat de Thüringse boom werd ontdekt, was de Rode Beuk al bekend. In Wagner’s “Historia naturales Helvetia curiosa (Zürich, 1680)” wordt al melding gemaakt van een beukenbos bij Buch, op de Irchelberg in Zurichgau (populair de Stammberg genoemd), waar drie beuken met rode bladeren groeien, die nergens anders voorkomen. Naar deze drie beuken wordt ook verwezen in “Scheuzer’s Natural History of Switzerland, uit 1706″. Daarin staat de legende dat volgens het populaire geloof, vijf broers elkaar hebben vermoord op de plek waar deze bomen ontsproten. Nakomelingen van deze bomen werden in een tuin geplant waar ze hun purper-rode kleur behielden.
De rode beuk werd ook in het wild gesignaleerd in het bos van Darney in de Vogezen.

Vertaald uit: The Trees of Great Britain and Ireland, Volume 1, F.R.S. Henry John Elwes, M.A. Augustine Henry, Edinburgh, 1906.

Ik vond ook volgend citaat uit “Flore forestière” uit 1860 (tweede editie). Hier wordt alleen het bos van Darney genoemd als vindplaats van wilde exemplaren en ook de boswachter die er melding van maakt:

Var. JS. Hêtre pourpre. Feuilles d’un pourpre noirâtre, un peu métallique, surtout au printemps. Celte variété, si fréquemment cultivée dans les jardins, a été observée à l’état sauvage dans la forêt de Darney, par M. Mailly, garde général.

uit: Flore forestière. [...] 2.e édition, Antoine-Auguste Mathieu, 1860, Paris.

In de derde editie van het boek uit 1877 wordt de boswachter niet meer vermeld:
Rode Beuk tekst

uit: Flore forestière. [...] 3.e édition, Antoine-Auguste Mathieu, 1877, Paris.

Dit is alles wat ik hierover heb kunnen vinden tot nu toe.

Zou het ook niet mogelijk kunnen zijn, vraag ik me af, dat de oorspronkelijke stekjes, van wilde bomen uit méérdere gebieden stammen?

Historische cartografie

Als je net zo’n liefhebber bent van landkaarten dan loont het zich de moeite te gaan kijken op de “Map Collection” site van David Rumsey. Daar vind je 21.000 historische landkaarten uit een collectie van 150.000 kaarten. Regelmatig wordt er weer een kaart toegevoegd op de site.

En omdat mijn site over de regio rondom Darney gaat, laat ik hieronder een aantal oude kaarten zien van Darney e.o., alle uit de collectie van David Rumsey.

 

1756

Bovenstaande kaart-gedeelte is uit de “Atlas Universel” uit 1756 door vader en zoon “Robert de Vaugondy” Zij waren vooraanstaande cartografen in Frankrijk van de 18e eeuw. Ze integreerden oudere met modernere kaarten en corrigeerden de lengte en breedtegraad met astronomische waarnemingen. Wegen zijn nog niet ingetekend.

 

 

1790

Deze kaart uit 1790 werd gemaakt door César-François Cassini de Thury. Cassini was een Franse astronoom en cartograaf. Hier zijn wegen al wel ingetekend.

 

 

1856

Victor Levasseur maakte deze kaart uit 1856. Hij stond bekend om zijn uitgesproken decoratieve stijl. Hij werd meer bewonderd om de artistieke versiering die de kaart omringde dan om de details op de kaart.

 

 

1892

Uit 1892 is deze kaart van L.E. Desbuissons en J. Migeon. Van deze auteurs heb ik verder geen informatie kunnen vinden. Wellicht is dat te danken aan de onnauwkeurigheid waarmee ze in ieder geval deze kaart hebben gemaakt. Wat in één oogopslag opvalt is dat Darney twee keer op de kaart staat, de tweede keer hebben ze Claudon ook maar Darney genoemd.

 

 

topografie 1762

Om de hele regio rondom Darney op deze topografische kaart uit 1762 te zien klik dan op de afbeelding (1,1 MB)

Tot slot een gedeelte van een topografische kaart uit 1762 van wederom Cassini. Hij begon in 1744 met het maken van een grote topografische kaart van Frankrijk, het werd één van de mijlpalen in de geschiedenis van de cartografie.

Vogel-perikelen

hop voor het raam

hop voor het raam

Vanochtend zat de hop luid te roepen in het nisje van het raam bij mijn slaapkamer. En met luid bedoel ik érg luid, een doordringend “hoep-hoep-hoep”, het begon zelfs ergerlijk te worden.

Maar goed ik heb toch een foto genomen, want het blijft een fantastische vogel. Ik heb wel een klein knalrood bakje in het nisje neergezet zodat hij daar niet meer gaat zitten, drie meter van mijn bed, want hij is van het plekje gaan houden en kwam steeds weer terug.

nestje badhuis 2

nestje badhuis

’s Middags zag ik ineens in het badhuis een nestje van een zwarte roodstaart met eitjes. Ik was al een week of meer niet meer daarbinnen geweest. Het paartje zwarte roodstaarten had een knus plekje uitgezocht op de washandjes.

In plaats van het nest te verwijderen, heb ik maar de handdoeken weggehaald op de onderste schappen, want als de jongen uitkomen wordt er waarschijnlijk veel gepoept daar.

Zie op de foto van het nestje, hoe ze, voor de laatste laag isolatie bij de eitjes, glaswol gebruikt hebben, wat ze bij ons onder het dak vandaan halen. Het zijn echte doe-het-zelvers met materiaalkennis.

Toch nog de hop

Gisteren melde ik in mijn koolmezen-bericht dat ik liever de hop had gefotografeerd. Nou, vanmiddag hoorde ik zijn roep weer: “hoep-hoep-hoep”, snel de camera gepakt en naar de zolder gegaan om te kijken of ik hem uit een raampje kon zien. Want deze insectenetende weidevogel is uiterst schuw.

Ik had geluk en een beetje pech. Ik zag hem in het veld maar helaas achter het gaas. Toch heb ik vier foto’s gemaakt en laat ze hier trots zien, al is het geen top natuur-fotografie. Helaas zette hij zijn kuif ook niet op.

Ik heb ook niets bijzonders geroken, want naar het schijnt moet de hop een uitgesproken stank verspreiden omdat het vrouwtje een klier in haar staart heeft die tijdens het broedseizoen een zware stank verspreidt. De hop word dan ook wel de “drekhaan” of “schijthop” genoemd.

In Nederland is de hop uiterst zelden te zien, en dan alleen op doortrek. Hier in de Vogezen broedt hij wel maar blijft vrij zeldzaam.

De foto’s kun je niet uitvergroten door erop te klikken, want ik laat ze hier al op 100% grootte zien.

hop 1hop 2hop 4

Zomaar een koolmeesje

Anders als de huizen in Nederland zijn de huizen hier in de Vogezen een waar paradijs aan nestmogelijkheden voor vogels. Nestkastjes hebben we hier niet nodig.

Vanmiddag fotografeerde ik een koolmeespaartje die hun huisje bij ons in de muur aan het inrichten waren. Het zijn ware free-climb kunstenaars. Het gaf me de mogelijkheid om een vogel van dichtbij te fotograferen zonder telelens, want die heb ik niet. Ook al is het maar een koolmees.

Eerlijk gezegd had ik liever die hop gefotografeerd die vorige week rondom ons huis hupte. Maar eer ik de digitale camera aangezet had was ie steeds alweer weg.

De koolmees is een nuttig diertje voor ons want hij eet graag de rupsen in de fruitbomen. Aan de andere kant eet hij ook graag bijen en die bevruchten de fruitbomen. Voor dit koolmeespaartje moet het hier wel smullen zijn want in dezelfde muur zijn ook veel bijennesten.

Overigens beleefde waarschijnlijk één van de mezen (mannetje en vrouwtje zien er precies hetzelfde uit) van dit paartje een aantal dagen geleden een ongeluk. Hij of zij was naar binnen gevlogen via de deur die openstond, ongeveer drie meter van het nest. Maar zoals gewoonlijk als ze dan in paniek raken, vliegen ze niet dezelfde weg terug door de openstaande deur, maar vliegen ze met volle kracht tegen een gesloten raam. Dit gebeurd ook vaan met de zwarte roodstaarten hier. Bijna altijd gaat dat goed en komen ze er zonder kleerscheuren vanaf nadat ik een aantal ramen extra heb opengezet. Maar dit keer lag de mees half bewusteloos onder een kastje. Vanwaar ik hem makkelijk op kon pakken en buiten neer kon zetten. Hij zat wel gewoon rechtop maar leek volledig van de wereld. Ik kon hem gewoon weer oppakken en heb hem toen maar op de vensterbank gezet, een beetje hoger, in geval dat er een kat langskomt. Het was erg warm buiten, dus heb ik een bakje water neergezet. Na ongeveer een half uur sprong hij in het water met slappe pootjes en vloog daarna ineens heel kwiek weg om op de dakrand te gaan zitten en roepen.

koolmees is alert

koolmees is alert

koolmees de kust is veilig

"de kust is veilig"


koolmees gaat de boel inrichten

koolmees gaat de boel inrichten

Star Wars in Fontenoy-le-Château

“La fête de la Saint-Jean” gaat traditioneel gepaard met een groot vuur. Het is het feest van Johannes de Doper, en vind plaats op of rond 21 juni, de symbolische datum van de zomerzonnewende. Maar op sommige plaatsen ook in juli.

“Le feu de la Saint-Jean” werd door de christenen gekopieerd van Keltische en Germaanse riten om de oogst te zegenen.

“La fête de la Saint-Jean” wordt lang niet overal in Frankrijk gevierd. Fontenoy-le-Château viert dit feest wél, en wel op wel héél spectaculaire wijze. Met een vuur dat het tv-nieuws haalde in 2008 toen “les amis de l’école” daar het ruimteschip van Star Wars nagebouwd hadden, om het vervolgens in brand te steken. Zie filmpje hier beneden:

 

 

Hier nog een filmpje, maar nu zie je meer gedetailleerd hoe het ruimteschip werd gebouwd.

 

 

In 2007 werd een compleet middeleeuws kasteel inclusief en Katapult gebouwd:

 

 

Zie in onderstaand filmpje hoe “les amis de l’école” het Wilde Westen nabouwen in 2009:

 

 

Nou zijn dat prachtige bouwwerken van vele kubieke meter hout die vervolgens in korte tijd worden verbrand. Sommige mensen vinden dat nutteloos en ook nog eens slecht voor het milieu en die maken dan weer een anti-filmpje. Want de school van Fontenoy werd notabene in 2009 uitgeroepen tot “eco-ecole” en de grote vuren worden georganiseerd door “les amis de [eco-]ecole”. En kunnen we niet beter spreken van Fontenoy-le-CO2, zo vinden de makers van volgend filmpje:

Kikker gekwaak

AvondgezangIn “The New Sporting Magazine” van Juli 1853 lees ik in een artikel over de jachtsport in de Vogezen een interessant stukje over een opmerkelijk gebruik in de 16e eeuw in de omgeving van Monthureux sur Saône.

Ieder die veel vertoefd heeft in Frankrijk kan getuigen net als de schrijver, van de ontelbare legers van kikkers die de moerassen van dat heilloze ongedraineerde en half-gecultiveerde land teisteren, en die een smaakvol en meeslepend refrein ten gehore brengen gedurende de hele nacht in de zomer en herfst maanden. Deze nachtelijke serenades lijken een even grote hinder te zijn geweest tijdens de dagen van de machtige hertogen van Lorraine als dat ze zijn heden ten dage. Want we lezen dat wanneer “Le seigneur” één van zijn meer afgelegen kastelen bezocht, om te genieten van de jacht in de buurt van Monthureux-sur-Saône, alle nietsnuttige vagebonden in het naburige dorp in dienst werden genomen om gedurende de hele nacht met stokken op het water te slaan om de kikkers en padden te laten ophouden met hun nachtelijk gekweel.

De bewoners van de dorpen Petit en Grand Thon in het kanton Lamarche waren ook verplicht om op het water te slaan gedurende de nacht, om een gezonde slaap voor de vermoeide seigneur zeker te stellen als hij aankwam in Château du Chatelet voor de geneugten van de jacht.

We lezen ook dat in 1572 iedere inwoner bestraft zal worden als hij weigert de plicht te vervullen door met een stok op het water te slaan om de kikkers tot zwijgen te brengen als Madame l’Abbesse de Remiremont op Girancourt slaapt.

uit: “ROUGH SKETCHES ON THE COMPARATIVE STATE OF “LA CHASSE” IN ENGLAND AND FRANCE AT THE PRESENT TIME”, Vosges, By Aoteon, The New Sporting Magazine, Juli 1853, p.339-340

Afbeelding: Abendgezang 1895, Wikimedia Commons

De seriemoordenaar van Bleurville

In de 18e eeuw was Bleurville het toneel van 22 moorden, alle gepleegd door dezelfde moordenaar genaamd François Busenet die ter dood werd veroordeeld in 1769.

Een locale boer genaamd Martin  werd ten onrechte voor een moord ter dood veroordeeld die Busenet had gepleegd. Een totale miskleun van justitie.

De beroemde schrijver en filosoof Voltaire was één van de eerste voorvechters voor de mensenrechten. Hij bestudeerde strafzaken volledig en pleitte voor de afschaffing van de doodstraf en marteling. Hij bracht o.a. de onterechte moordzaak van boer Martin onder de aandacht en schreef in één van zijn brieven het volgende:

uit: Lettres choisies de Voltaire, Volume 4  1792

4 Sept. 1769

De zaak Martin

Martin was een boer met een grote familie gevestigd in Bleurville. Twee jaar en acht maanden geleden werd een man vermoord op de hoofdweg bij het dorp Bleurville. Een oplettende persoon ontdekte op diezelfde weg, tussen Martin’s huis en de plaats van delict, de afdruk van een schoen. Martin werd gearresteerd. Nadat bleek dat zijn schoenen min of meer in de afdruk paste, werd hij verhoord.

Na dit voorafgaande, trad een getuige naar voren, die de moordenaar had zien vluchten. De getuige werd geconfronteerd met Martin, maar herkende hem niet als de moordenaar. Waarop Martin uitriep: “Goddank! Hier is iemand die me niet herkend!”

De rechter die in het geheel niet over een redelijk argumenteringsvermogen beschikt, interpreteerde de woorden zo: “Goddank! Ik heb de moord begaan, en ben niet herkend door de getuige.”

Deze rechter, bijgestaan door een aantal locale juristen, veroordeelden Martin tot het wiel, door een twijfelachtige interpretatie. De zaak is doorgegeven aan La Tournelle van Parijs: en de uitspraak is bevestigd. Martin is geëxecuteerd in zijn eigen dorp. Toen hij werd uitgestrekt op het andreaskruis, vroeg hij toestemming aan de politieambtenaar en aan de beul, om zijn armen op te heffen en de hemel te vragen getuige te zijn van zijn onschuld, want hij kon zich niet meer verstaanbaar maken voor de menigte. Hem werd deze gunst gegeven, waarna zijn armen, dijen en benen werden gebroken en hij werd achtergelaten op het wiel om te sterven.

Het breekwiel

Op 26 Juli dit jaar werd een schurk [Busenet] daar in de buurt geëxecuteerd, die voordat hij stierf, plechtig verklaarde dat hij het was die de moord gepleegd had waarvoor Martin tot de dood gefolterd werd op het wiel. Hoe dan ook, niettemin het kleine bezit van deze onschuldige familie vader was al lang in beslag genomen en verboemeld. De familie werd verjaagd dus het is aannemelijk dat ze zelfs niet weten dat hun vaders onschuld uiteindelijk is erkend.

Bleurville

Bleurville

In bleurville houd deze seriemoordenaar de gemoederen nog steeds bezig, niet in de laatste plaats omdat er de afgelopen jaren twee keer een groot straattheater spektakel: “La lune écarlate” over de zaak Busenet en Martin aldaar heeft plaatsgevonden, waaraan een groot deel van de inwoners van Bleurville deelnam.

Op de website: “Histoire & Patrimoine Bleurvillois” valt te lezen dat er nog steeds onderzoek naar de moorden wordt verricht.
Een aanval met een pistool op de hoofdweg bij Serocourt in 1766 waarbij het slachtoffer overleefde door redding van passanten en een moord op een veehandelaar uit Godoncourt op de weg tussen Monthureux en Bleurville in 1768 zouden ook mogelijk door Busenet uitgevoerd kunnen zijn, zo is te lezen op de website.
Verder wordt er op de website ingegaan op de afkomst van Busenet en de mogelijke motieven van zijn vele moorden. Maar het is te lang geleden zodat het alleen maar bij speculeren blijft.

De afbeelding in het citaat is een fragment van de houtsnede “Het breekwiel”  Bron: Wikimedia Commons

Kropgezwellen en Serécourt

kropgezwel

foto door: Martin Finborud (1861-1930) bron: Wikimedia Commons

Tegenwoordig weten we dat kropgezwellen bij mensen vrijwel altijd veroorzaakt worden door jodiumgebrek. In de negentiende eeuw was dit verband moeilijk te leggen, het jodium-element werd pas in 1811 ontdekt door de Franse wetenschapper Bernard Courtois tijdens de productie van salpeter uit zeewier. Salpeter is een essentieel onderdeel van Buskruit, en dat had Frankrijk in die tijd hard nodig want ze waren verzeild geraakt in meerdere oorlogen.

In tegenstelling tot vele andere gebieden in Europa, kwamen kropgezwellen niet zo veel voor in Frankrijk. Serécourt was één van de uitzonderingen. Daar had meer als 20% van de bevolking rond 1850 een kropgezwel.

Zo’n 40 jaar na de ontdekking van jodium was men de relatie tussen gebrek aan jodium en kropgezwellen al op het spoor. Zie het volgende verslag uit 1854 over Dr Menestrel, toenmalig arts en burgemeester van Serécourt.

uit: Annales Medico-Psychologiques, Oct. 1854

Dr Menestrel zegt dat, hoewel het volgens hem nooit volledig bewezen is dat het gebruik van water dat magnesiumzout en calciumzout bevat, maar géén sporen van jodium en broom, de énige oorzaak van kropgezwellen zou zijn; was hij er altijd van overtuigd dat calciumzouten de schildklier vergroten en deformeren. Hij is van mening dat dit schadelijk effect geneutraliseerd kan worden door de toevoeging van een kleine hoeveelheid jodium in het drinkwater.

Hij is verder van mening dat de voortdurende grote luchtvochtigheid, gebrek aan goede isolatie, de ongezonde woonhuizen, het negeren van de wetten van algemene openbare hygiëne, en daarbovenop de slechte kwaliteit van het drinkwater onoverkomelijk kropgezwellen veroorzaken op epidemische schaal.

In Serécourt hebben 164 mensen van de 736 inwoners een kropgezwel, dat is 22%. 143 van deze zijn vrouw, wier leven zonder veel beweging in ongezonde woonhuizen hen vatbaar maakte voor de ziekte.

Serécourt kent maar één straat, en die gaat van oost naar west. Zodoende kijken de helft van de huizen op het noorden en de andere helft op het zuiden. Van de 164 gevallen van kropgezwel in het dorp waren er 105 gevallen in de huizen die uitkeken op het noorden en maar 59 in huizen die naar het zuiden gekeerd waren; feiten die erg belangrijk zijn.

Dr Menestrel heeft de hulp gevraagd van de Staat om het hem mogelijk te maken op grote schaal experimenten uit te voeren op de hele bevolking van Serécourt, door ze normaal zout te laten gebruiken waar een kleine hoeveelheid jodium aan toegevoegd is. En hij wil toestemming krijgen om ijzeren capsules met jodium te plaatsen in de openbare bronnen. Deze capsules zijn zo geconstrueerd dat ze langzaam kleine hoeveelheden jodium aan het water afstaan. Hij verwacht een immense baat van deze preventieve maatregelen.

Interessant om te weten is dat de Chinezen al sinds de 7e eeuw kropgezwellen met schildklierhormonen behandelden (die bevatten veel jodium).